Herschepping

Voor kamerkoor met harp
Herschepping werd geschreven op verzoek van het Monteverdi Kamerkoor in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst.
Published by Donemus

Ik bezocht eens een kerkdienst waarbij de mensen om me heen steeds hardop gebeden uitspraken. Het viel me op hoe zij daarbij precies wisten welke zinnen ze op welk moment moesten uitspreken en op welke snelheid die moesten worden opgelezen.
Ze leken al die rituele en op zichzelf heel betekenisvolle frasen ook precies uit het hoofd te kennen, maar ze spraken de teksten naar mijn gevoel eentonig en vlak uit, zonder enige voor mij hoorbare emotie: blijkbaar omdat ze dat nou eenmaal elke zondag zo deden. Wat ik hoorde klonk daarom tegelijkertijd zowel intens mystiek en vol van betekenis als gedachtenloos, koud, somber en zonder enige hoop. Want hoewel in de teksten duidelijk het tegendeel te lezen viel, ervoer ik bij het luisteren naar die schijnbaar gedachtenloos en eentonig biddende mensen juist de verlatenheid, de kilheid en het gebrek aan compassie van deze wereld; ik voelde me tussen hen alleen maar meer eenzaam. Die rare tegenstelling intrigeerde me en vormde de basis voor dit stuk.

Aan het begin van Herschepping hoor je de vrouwenstemmen uit het koor zacht en op steeds dezelfde toonhoogte de eerste zinnen van het gedicht uitspreken, alsof ze aan het bidden zijn net als die mensen toen in de kerk: eentonig, somber, zonder enige emotie.

Maar in die eerste zinnen wordt juist de enorme impact van de ramp geschetst die zich heeft voltrokken: het is verschrikkelijk om degene van wie je hield, op wie jouw wereld gebaseerd was en die zo'n beetje jouw belangrijkste reden van bestaan was, te verliezen. Je blijft daarna klein, hulpeloos en eenzaam achter. De wereld is vergaan en je bent verdwaald in een zwarte nacht zonder sterren.
De frasen aan het begin van Herschepping zijn daarom in tekst intens, mystiek en vol betekenis. Maar ze beschrijven in klank slechts op monotone wijze de ramp die zich heeft voltrokken en je wordt er niet door getroost. De stemmen vergroten zelfs nog meer het rampzalige verdriet bij het uitspreken van haar naam die mooi en levend was, en waarvan de klank juist het tegendeel was van de monotone somberheid die er klinkt.
Ook dat hoor je terug in de muziek.

Het verdriet gaat maar door en door, totdat uiteindelijk zwarte eenzaamheid het enige is dat overblijft.

Dan beginnen er echter, gevoed door het vocht van je eigen tranen, voorzichtig lentebloemen te groeien uit dezelfde grond waarin je geliefde begraven ligt. En die weelde van bloemen vormt tenslotte een symbool voor wederkeer: de wederkeer van de liefde die er altijd was. Want je geliefde, hoewel die dood is, blijft je door die bloemen nog steeds een weelde van liefde schenken.
Als je dat kunt zien is er zoveel liefde, dat je uiteindelijk zelfs de vogels weer kunt horen die al lang geleden leken te zijn opgehouden met zingen.

Herschepping is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Gerrit Achterberg (uit de bundel Verzamelde gedichten, Athenaeum-Polak & van Gennep, Amsterdam 2003, 13e druk).

Herschepping

De wereld is vergaan,

haar naam spelde een nieuw getal,

het licht viel van de sterren af:

verdwaald.

 

Eenzaam lag de goede grond te wenen

over zoveel wederkeer

van liefde en haar weelde

sloeg in lentebloemen neer

 

En de vogelen vervolgden

het lied dat lang geleden was gestaakt

zo ongemerkt, dat wij vergaten

hoe het tot zwijgen was geraakt